DE ONDERBUIK VAN DE RADICAAL

Posted on Posted in Actueel, veiligheid-radicalisering

Geschreven door: Sharif Rabbae en Amin Boukhatem, mei 2017.

radicalisering

Een treinkaping door Molukse jongeren in de jaren ’70, een dierenactivist die het huis van een ganzenvergasser in de brand steekt, vernieling van moskeeën door rechtsextremisten, Nederlandse moslims die voor de jihad afreizen naar Syrië. In elk jaargetijde steekt er weer een nieuwe terroristische storm op. Hij kan vanuit alle politieke windrichtingen komen overwaaien. Sinds de opkomst van Al-Qaida en daarna Islamitische Staat, is de media-aandacht voor ‘de radicaal’ onverminderd groot. Krantenlezers en televisiekijkers hebben genoeg beelden op hun netvlies die zij op de radicaal kunnen projecteren. Maar ‘radicalisering’ is een diffuus begrip. Alleen met een goed inzicht in het radicaliseringsproces zal preventie effectief kunnen zijn.

Terug naar de definitie

Het ministerie van veiligheid en justitie omschrijft radicalisering als ‘een geesteshouding waarmee de bereidheid wordt aangeduid om de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten.’ Radicalisering is een proces waarbij een persoon zich steeds vijandiger tegenover de status quo opstelt. Zowel iemands persoonlijke attitude als de status quo zijn afhankelijke factoren, die in samenhang bepalen hoe radicaal iemand is. Radicalisering is een kenschets van iemands geestesgesteldheid waarbij de bereidheid om over te gaan op dwang en geweld bepalend is voor de mate van radicalisering. De meeste mensen kunnen zich op een zeker moment in hun leven wel vereenzelvigen met enig radicaal gedachtegoed. Daarbij geldt ook dat de meeste mensen niets met deze gedachten doen. De grote vraag is op welke trede van de radicaliseringsladder een persoon zich bevindt. Hoe hoger te trede, hoe sneller hij of zij bereid is om tot actie over te gaan.

In de huidige tijdsgeest heeft het begrip ‘radicalisering’ of ‘radicaal’ een negatieve lading gekregen. Het wordt in grote mate met islamitisch terrorisme geassocieerd. Als we teruggaan naar de jaren ‘60 en ‘70 was de term ‘radicaal’ echter minder beladen. De Politieke Partij Radicalen (PPR), voorloper van GroenLinks, afficheerde zich openlijk als radicaal. Het was geen barrière om zeven zetels in parlement te verkrijgen.

Terrorisme is de meest extreme uitkomst van het radicaliseringsproces: iemand is bereid om zijn politieke denkbeelden om te zetten in geweldsdaden, soms zelfs als het ten koste gaat van het eigen leven. Onder terrorisme verstaat het ministerie van justitie ‘het plegen van of dreigen met op mensenlevens gericht geweld, dan wel het toebrengen van ernstig maatschappij ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.’ Bij radicalisering hebben we het over een geesteshouding, terwijl terrorisme altijd het uitoefenen van (de dreiging van) geweld veronderstelt. Terrorisme kan een uitkomst zijn van het radicaliseringsproces maar dit hoeft niet. Omgekeerd liggen de wortels van terrorisme altijd in het radicaliseringsproces verborgen. Om terrorisme te voorkomen zal je dus in het radicaliseringsproces moeten ingrijpen.

Een sterke sociale identiteit

Wim Koomen en Joop van der Pligt vertellen ons dat het radicaliseringproces in verschillende stadia kan worden opgedeeld.[1] Een bepalende factor in de eerste fase van het radicaliseringsproces is de manifestatie van een sterke sociale identiteit. De persoon beslist hier tot een bepaalde groep in de samenleving te behoren. De persoon vormt zijn levenswijze naar deze sociale identiteit, hetgeen het verschil met anderen verder accentueert. Indien de perceptie is dat de sociale identiteit van de eigen groep bedreigd wordt of onder druk komt te staan, dan neemt het verlangen toe om de eigen groep te verdedigen. Ervaren dreiging of druk zorgt voor een toenemende groepscohesie en versterkt het ‘wij-zij- denken’. De vervreemding ten opzichte van de dominante groep lijdt tot gevoelens van achterstelling, discriminatie en bedreiging, ook wel relatieve deprivatie genoemd.

Radicalisering in de tweede fase

In de tweede fase van radicalisering spelen groepsprocessen een voorname rol. Als groepen zich bedreigd voelen, dan is het aantrekkelijk om de ‘gelederen te sluiten’. Het gevolg hiervan is dat de groep geïsoleerd raakt. Deze bedreigde groepen kenmerken zich door een onderling sterke cohesie, minder tolerantie voor afwijkende meningen en ideeën, sancties tegenover andersdenkende binnen de groep en de idealisering van de normen van de eigen groep. Gevoelens van superioriteit nemen de overhand.

In deze fase wordt ook de rechtvaardiging van de eigen radicale ideeën belangrijk. Er zijn verschillende soorten van rechtvaardiging. Met psychologische rechtvaardiging worden andere groepen als het ‘kwaad’ afgeschilderd en wordt de eigen groep als vertegenwoordiger van het ‘goede’ bestempeld. Een andere manier van het goedpraten van de eigen handelingen en ideeën is het dehumaniseren van groepen die als vijandig gezien worden. Hierbij worden er niet-menselijke eigenschappen toegeschreven aan andere groepen. Een voorbeeld hiervan is de genocide in Rwanda. Tijdens deze genocide werden de Tutsi’s voortdurend beschreven als ‘kakkerlakken’. Een derde vorm van rechtvaardiging is het als onrechtvaardig bestempelen van acties van andere groepen. Dit geeft de geradicaliseerde een logische reden om zich tegen deze groepen te verzetten.

Door deze drie rechtvaardigingsprocessen kan de radicaal zijn of haar gevoelens van empathie richting ‘de ander’ verzwakken. Dit kan radicalen in staat stellen om uiting te geven aan hun gedachtegoed en deze in daden om te zetten. In de tweede fase van radicalisering zien we dat groepen zich isoleren en zich steeds vijandiger tegenover de buitenwereld opstellen.

Hoe de ‘ander’ de woede kan kanaliseren

Volgens de NCTV is de terroristische dreiging voor Nederland op dit moment substantieel, het op een na hoogste dreigingsniveau. Hiermee is de preventie van radicalisering een prioriteit voor de overheid. Preventie van radicalisering en de-radicalisering is een delicaat ambacht waarin psychologische kwaliteiten en ervaringsdeskundigheid belangrijke rollen vervullen. Empathie en oprechte interesse in de (potentiele) radicaal is een vereiste voor een effectieve interventie die structurele verandering kan teweegbrengen.

radicalisering

Khalid Boutachekourt en Sharif Rabbae, adviseurs van Publinc op het gebied van preventie en radicalisering, vertellen dat het van groot belang is om er vroeg bij te zijn. Personen die zich in het begin van het radicaliseringsproces bevinden hebben nog een fluïde sociale identiteit. In deze fase zijn vijandbeelden nog niet losgekoppeld van eigen emoties. We weten bijvoorbeeld dat veel mannelijke Syrië-gangers een slechte relatie met hun vader hebben. Hierin ligt de kiem van hun radicaliseringsproces. Negatieve emoties worden uiteindelijk omgevormd tot politieke denkbeelden van vijandschap en sociale distantie. Het is dus van belang om te kijken naar de pijn van de desbetreffende persoon door de boosheid, ambitie en behoefte van deze persoon te onderzoeken. Daarbij is ook het in kaart brengen van de omgeving van belang. Door wie laat de persoon zich beïnvloeden en met welke netwerken staat hij of zij in contact?

Het is belangrijk dat mensen die zich in het beginstadium van het radicaliseringsproces bevinden hun vragen over zichzelf en de wereld bespreekbaar weten te maken. Ze hoeven daarbij hun idealen en overtuigingen niet volledig aan de kant schuiven. Ze moeten de ruimte krijgen om hun zoektocht naar idealen voort te zetten binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Hiermee voorkom je verdere isolatie.

Een belangrijke schakel is contact te leggen met vertrouwenspersonen zoals de imam, de buurman of de docent die veiligheid en vertrouwelijkheid uitstraalt. De vertrouwenspersoon moet zelf niet handelingsverlegen zijn zodat hij of zij signalen kan oppikken en op tijd kan interveniëren. Daarnaast moet hij of zij weten wanneer professionals vanuit de overheid ingeschakeld moeten worden. Voor de overheid is het van belang om te blijven investeren in het leggen van verbinding met (gemarginaliseerde) gemeenschappen. Gemeenten moeten zich in positie manoeuvreren om snel contact te kunnen leggen met lokale sleutelpersonen.

  

Wat kan Publinc voor u doen?

Wij gaan graag met u in gesprek over het signaleren en tegengaan van radicalisering. Wij bieden onder andere trainingen aan over de professionele omgang met gevallen van radicalisering. Voor meer informatie kunt contact opnemen met Sharif Rabbae via 06-40487335 of s.rabbae@publinc.nl.

 

_____________________ 

[1] http://dare.uva.nl/search?arno.record.id=326712